korte verhalen‎ > ‎

de rechter

Hij was trots op zijn positie en prestaties. In zijn jonge jaren is het nooit in zijn gedachten opgekomen dat hij ooit rechter zou zijn. Van een verlegen en gesloten jonge man werd hij een assertieve advocaat, vlijtig en doorgewinterd. Zijn vlotte spraak was opvallend, hij won discussies die hij gedoemd leek te verliezen. Hij was vastbesloten te winnen om de wereld zijn kunnen te laten zien, dat wil zeggen zijn moeder zijn kunnen te laten zien.

Zijn moeder eiste van hem en had nooit een goed woord voor hem over. Complimenten en waardering hoorden niet bij de opvoeding die hij kreeg en zijn verlangen naar een positief woord van moeder werd voor hem een onbevredigd streven. Het leek alsof zijn moeder's lichamelijke zwaarte een emotionele zwaarte was die zij van zich af wilde gooien en op hem projecteerde. Het feit dat hij enige zoon was maakte het niet makkelijker. Hij was niet in staat haar te negeren of vermijden. Dat zou voor hem emotionele zelfmoord zijn en uit zelfbescherming hield hij zich vast aan zijn dromen en ambities, ging door met zijn best doen en bleef hopen een keer in zijn leven te horen: “geweldig jongen, dat heb je goed gedaan!” In z'n droom. Hij wist dat dat niet zou gebeuren, vandaar dat hij zijn fantasiewereld ontwikkelde. Niet alleen om gebrek aan waardering van zijn moeder te compenseren. Hij ontwikkelde zich een rijke en levendige wereld. Een wereld vol pleziertjes en liefde. Hij wist dat hij zijn dromen geen werkelijkheid zou kunnen maken, daarom keek hij naar zijn fantasiewereld van een afstandje, als naar een bezienswaardigheid. Zijn echte wil bestond al niet meer. Hij was al lang geleden gestopt om te proberen te doen wat hij echt wilde. Hij leefde twee levens. Een leven naar buiten toe, een leven dat zijn moeder voor hem wilde en hem in feite voorschreef. En zijn innerlijke leven dat als een boek was, nadat je erin las sloeg je het dicht en legde je het aan de kant. Niemand kende zijn innerlijke leven. Hoe meer hij slaagde als advocaat, des te meer werd zijn innerlijke leven afgesloten. 's Nachts sloeg hij het open, bladerde erin, genoot en glimlachte. Echter, na enkele minuten of uren, dat hing af van de tijd die hij ervoor had, sloot hij het. Net als een dagboek met een slot erop. Dat ze het niet zouden ontdekken en als ze het vinden kunnen ze het niet openen.

Zo had hij naast een mooi en geslaagd leven als advocaat, trouwe echtgenoot, te gekke vader en geslaagde zoon een verborgen leven.

Wat niet verborgen was, was dat zijn respectabele moeder een flat in haar bezit had, die zij zich in het verre verleden toegeeigend had. Over het algemeen werd de flat aan studenten verhuurd. Vandaar dat hij niet verbaasd was dat op een mooie of niet mooie dag hij naar de flat geroepen werd toen een studente geinteresseerd was om het te huren. Toen hij bij de flat kwam en de studente zag stokte zijn adem alsof hij een klap kreeg. Hij bevroor een moment en alleen zijn gewoonte van vele lange jaren bracht hem weer terug in functie: business as usual. Hier stond zijn fantasie, zijn droom. Hij was al getrouwd en vader van twee kinderen, maar voor zijn ogen werd een beeld werkelijkheid een diep weggestopte verborgen droom. Tegelijkertijd wist hij dat het laat was, te laat. Geluk, pijn en verdriet omringden hem. Verdriet over wat had kunnen zijn, wat niet was en niet zou zijn. Hij wist dat het definitief was, het was zelfs niet eens een besluit, meer een feit, een acceptatie dat hij deze pijn tot het einde van zijn dagen mee zou dragen. De verwachtingen van zijn moeder waren als een kompas voor hem. Zijn weg in zijn leven was door haar gevormd. Zijn libido was in haar handen. Zo is hij zijn vrouw getrouwd en punt aan de lijn.

Maar in het diepste van zijn hart bewaarde hij haar, dat meisje. Een prettige fantasie, zij verwarmde zijn hart, beantwoordde zijn verlangens. Niemand wist het. Ook zij wist het niet. Niemand kon zijn ware gevoelens aanvoelen of raden. De mensen in zijn omgeving waren zo gewend om zijn grapjes te horen, zijn bekende gezegdes en zijn luchtigheid. In de ogen van de ander was hij een oppervlakkige persoon zonder enige diepgang. In haar ogen was hij een advocaar, een burgerlijke gemiddelde huisbezitter. Zij was een jonge vrouw die net haar leven begon. Zij zag niet meer in hem dan zijn grapjes en vond het wel leuk een beetje met hem te flirten.

Zij vergat hem verder, haar leven ging door. Zij ontmoette mensen, maakte contacten en ging relaties aan, zij had uitdagingen en de jaren passeerden. Haar jeugd ging voorbij, zij werd volwassen en daarmee ontstond haar wens om zich te vestigen.

Na de trouwerij komt er een kind en wordt een huis gekocht. Er moet een contract getekend worden wat gebeurt met de hulp van een advocaat. Het was niet moeilijk zich tot hem te wenden en de hernieuwing van de relatie was aardig en luchtig. Hij was sympathiek en liet zien dat hij haar wilde helpen. Zijn hulp aan het jonge stel overschreed wat hij in feite verplicht was, maar het is prettig te weten dat er mensen zijn die bereid zijn om zich extra in te spannen. De wereld ziet er mooier uit, prettiger en menselijker wanneer je weet dat er mensen zijn die bereid zijn om een handje te helpen zonder zich perse rekenschap te geven van hoeveel zij zich inspannen.

Er gingen nog een aantal jaren voorbij, het gezin breidde zich uit, er spelen al vier kinderen in de woning, ze maken leven en verrijken het leven. Na nog een vijf- tot tiental jaren neemt de carriere een vlucht.

Op een goede dag ontmoette zij een persoon die zonder het te willen met de rechtbank in aanraking kwam, met de rechter. Zij wist niet dat hij rechter geworden was. Het lot liet hun weer een keer ontmoeten, maar de afstand tussen hen was groot. Zij was getuige van de lotgevallen van deze persoon en hoorde enkele keren dat die op de rechtbank moest verschijnen. Het was komisch de nabijheid, de afstand te beseffen.

En toen, op een dag, kwam er een brief. Van de rechtbank. Opdragen. Samen met de persoon van de andere kant. Op vrijdag, werkt de rechtbank op vrijdag? Maar het was wel makkelijk, tenminste ging er geen vakantiedag mee gemoeid. Iedereen was daar, de persoon en diegenen van de andere kant. Zij waren min of meer de enigen in de rechtbank. De secretaresse kwam eraan en daar kwam de rechter de trap op, naar boven.

Zij was opgewonden, zou hij haar herkennen, van zoveel jaar geleden? Een lichte blos gleed over haar wangen toen hij naar haar toeliep. Herinner jij je mij, vroeg hij. Hij vroeg het háár, niet zij hem. Kom mee naar binnen, alleen, de secretaresse werd naar buiten gestuurd. Zij zaten er samen, glimlach op beider gezichten. Hoe kan ik jou vergeten, herinner je je nog de woning, de moeilijkheden die de aannemer maakte, vroeg hij. Alleen voor jou heb ik de zaken geregeld, ik had het voor niemand anders gedaan. Zij zat en zweeg, het was niet nodig te antwoorden, hij had behoefte te praten, over zijn vrouw, zijn kinderen, over zijn ervaringen als rechter, het leven in de rotzooi, het overleven, de eeuwige inspanning. Zijn gezicht straalde van geluk, haar weer te zien, hier te zijn met haar, alleen hij en zij. Hij moest praten, hij kon niet anders. Hij genoot eindeloos, sprak met haar, tegen haar, bijna zonder ophouden. Over deze uitspatting had hij zelfs niet durven dromen. Twintig minuten gingen voorbij, hij was tevreden, samen te zijn met haar op de plaats waar hij van hield. Hij liet haar gaan, zijn behoefte haar te zien was bevredigd. De cirkel was gesloten. Hij zou zijn moeder vertellen dat hij de studente van toen had ontmoet.


Comments