korte verhalen‎ > ‎

avontuur

Zij gingen op stap voor hun gewone avondrondje, zij en die zwarte van haar op vier poten. Het was tegen het einde van de dag en eigenlijk had zij zin in een stevige wandeling in het bos of aan het strand, maar zij had geen zin om in de auto te stappen en 8 minuten te rijden naar het bos of het strand.

Zij liep daar, in haar eenvoudige jurk en op haar gewone loopschoenen, die op vier liep eerst aan de lijn, onderweg raapte zij nog een passievrucht op voor diegene thuis die van passievruchten houden – zij niet – en genoot van de rustige avond, ontspannen, blauwe lucht, de zon al langzaam aan het zakken en zij had zo nog een tijd door kunnen lopen en het speet haar dat zij alleen maar een korte wandeling zou lopen tot zij zich ineens herinnerde dat haar enkele dagen geleden verteld werd dat de vereniging van natuurbescherming een nieuwe wandelroute aan het einde van de weg had uitgezet, de wadi in, naar beneden. Wat kan er al zijn, dacht zij, veranderde van richting en liep naar de route.

Toen zij aan het einde van de weg kwamen zagen zij inderdaad de nieuwe wandelroute, te gek, en zij  gingen op pad. Zij was heel blij en bedacht dat deze stad haar inwoners veel geeft, de op twee na grootste stad van het land en zoveel en verschillende soorten activiteiten met alles wat je van een stad en ook van de natuur zou willen. Wie heeft er zo een wandelroute, een echte, avontuurlijke, honderd, twee honder meter van zijn huis en het is nog wel een echte een spannende met bochten, afdalingen, rotsen, gewoon een genot, zoals zij altijd geniet op al die spannende, kronkelige en verrassende wandelingen van de natuurbescherming. Langzaam aan zette de duisternis in en dat maakte het gevoel van plezier en avontuur alleen maar groter op zomaar een door de weekse avond, zo zonder planning, zonder water, zonder mobiele telefoon, alleen met de riem en de passievrucht in het zakje in haar hand. Wat is de lengte van de route, het kan niet meer zijn dan een uurtje, de wadi naar beneden, naast het huis en ze waren al beneden, liepen er een stuk en stapsgewijs begonnen ze alweer aan de steiging. Het was al helemaal donker, maar de tekens waren duidelijk, ze passeerden twee plaatsen met water, zeker van de watervoorziening zij herinnerde zich dat van enkele keren dat zij hier de wadi naar beneden ging op het deel van de route dat al bestaat zolang als zij de buurt kent. De struiken waren dicht begroeit en het vinden van de weg was niet echt makkelijk, maar het was echt te gek, je kon de auto's van de drukke hoofdstraat die maar enkele meters verwijderd is al niet meer horen. Ineens zag zij geen tekens meer, ze liep, zocht, maar donker was donker, zij keek in één richting en onderzocht de andere en zag geen teken en dacht dat zij het wel zou redden zonder tekens, want wat kan er al gebeuren zo tegen het einde van de route. Weliswaar groeiden de struiken wel erg dicht op elkaar en waren bijna ondoordringbaar en die op vier poten stond ineens stokstijf stil met haar vier poten wijd uit elkaar en dat wijst op een of ander wild beest, een wild zwijn, een jakhals of een stekelvarken en zij dacht dat zij geen zin had om door een wild beest aangevallen te worden en ze dacht erover om terug te gaan en wie weet komt ze de route weer tegen en anders loopt ze door tot de grote weg en gaat dan wel weer naar boven.

Het lopen was niet makkelijk, de struiken hadden veel stekels, ze krasten, zaten totaal onder het stof en waren bijna ondoordringbaar. Maar zij heeft veel ervaring met wandelingen en meer dan eens liepen ze in het donker en in de stekelige zomerse struiken en meer dan eens kwam zij thuis van een wandeling helemaal onder de krassen. Van tijd tot tijd liep die ander voorop en wees de weg en andere keren liep zij vooruit en vond hoe verder te komen.

En ja, ze kwamen al bij de grote weg, de afrastering was daar en zo zou zij die ander die naast haar liep aan de lijn vastmaken. Waar is zij, wat, is zij weg gerend van het lawaai van die dubbele weg met al die eindeloos onophoudelijk rijdende auto's, hoe kan dat, waar is zij en zij ging zoeken met haar ogen, liep wat naar het noorden, een beetje naar het zuiden, wat terug en riep haar bij al haar namen en in haar handen klappend waar zij altijd blij op reageerde en waarop zij altijd een sprint maakt met een enorme glimlach om haar lippen, zij riep, riep luid, liep, speurde nog en nog en eindeloze minuten lang. Het kan niet zijn dat zij verdwenen is, dat zij weg gerend is, inderdaad heeft zij een hekel aan lawaai, is er zelfs wat bang voor, maar het is nog niet eerder gebeurd dat zij er echt van weg vlucht en geen enkel teken achter laat of zij staat bang op een afstand van enkele tientallen meters en zij riep haar nog een keer bij haar naam en met alle koosnaampjes nog wat luide roepen en nog een keer riep zij en zij zag niets bewegen. En als zij door een wild zwijn was aangevallen, zou zij in een keer dood zijn zonder een geluid te geven en zonder enig teken van welk leven dan ook, zij begreep er niets van en dacht dat zij misschien heel hard weg liep van angst dat zij misschien wel naar huis rende en al thuis was voor haar, want tenslotte was het huis misschien twee honderd meter van haar vandaan, bovenop de berg, maar zonder dat zij iets zou zien bewegen, want tenslotte op deze open plek waren al lantaarns. En zij kon de gedachte niet verdragen dat zij dood zou zijn en er niet meer zou zijn, onder geen voorwaarde kon zij dat accepteren en waar is zij en hoe kan dit gebeurden en misschien is zij gewond, maar dan is zij niet te horen vanwege het eindeloze en storende lawaai van die auto's en zou het kunnen zijn dat zij over het muurtje is gesprongen en de weg op is gelopen tussen de auto's door of, niet daar aan denken dat zij gewond is, en met haar ogen speurde zij de weg af en na enkele minuten nog een keer en nog een keer en weer liep zij wat naar voren, naar achteren en weer terug en misschien zou zij naar huis moeten en de volgende ochtend terug komen wanneer de zon op komt om haar te zoeken en tenminste tussen de struiken te kunnen zien, maar dan is zij hier alleen en waar is zij en je kunt hier niets horen en toen dacht zij dat het niet mogelijk is dat zij ver weg is toen ging zij in de wat rustiger wordende momenten op zachtere toon haar naam roepen en alle vele koosnaampjes en waar ben je, kom en ineens hoorde zij een heel zacht geluidje, haar wat huilerige 'piiii', zo klonk het maar zij zag haar niet en kon niet zien waar het vandaan kwam en het werd alweer lawaaieriger op de weg en zij luisterde en riep haar nog een keer toen het weer even wat rustiger was en zij dacht weer een heel zacht geluidje te horen en zij begreep het niet, het was misschien onder de struiken, is zij gewond geraakt is haar iets gebeurd en zij bleef haar roepen, zacht, smekend, liefdevol, hoopvol het geluidje was zacht is haar iets ergs gebeurd en verloor zij haar bewustzijn en nu weer tot bewustzijn gekomen en even het vrouwtje zien en horen, even de nabijheid voelen, het samen zijn en dan naar de andere wereld gaan maar zij vond haar niet en bleef haar roepen en heel voorzichtig rond lopen om niet op haar te stappen en zij luisterde en begon ineens duidelijker te horen en ging ineens de richting begrijpen en kwam nog een stapje dichterbij en nog een voorzichtig stapje en nog een en toen zag zij een opening van een put van een afvoerput en zij keek naar binnen en hoorde de hond, maar het was onmogelijk haar te zien en zei haar enkele woorden en wist dat zij naar huis moest rennen om naar de brandweer te bellen en dat ze haar zouden komen redden en zij stapte over de reling van de weg en stak de weg over naar de stoep en begon de berg naar boven te rennen, totaal bekrast en zag ineens dat ze helemaal zwart was van de plakkerige stof van de struiken en zij liep en vroeg zich af hoe snel thuis te komen en zag dat er nog een heel eind was en zij wilde niet liften en zij had geen geld voor een bus en toen hield zij een taxi aan en belde naar haar echtgenoot dat hij haar buiten met geld op zou wachten en zij vertelde was er gebeurd is met de geliefde van allen en dat ik bezorgd ben en meteen naar de brandweer zal bellen wanneer ik thuis kom en toen zij thuis was belde zij naar de brandweer en die man die aan de telefoon kwam was aardig maar na navragen bleek dat zij zich niet bezighouden met het redden van honden en ondertussen dacht zij aan de zij die daar zo alleen zit in een of andere put en als zij maar niet naar de zee meegesleurd wordt en is er water in de put en hoe diep is die en ze namen een zaklamp, een ladder, enkele kabels, water en een bakje voor het moment dat zij haar zouden redden en zij stapten de auto in en probeerden een telefoonnummer te vinden van iemand die honden redt en terwijl zij bij de plaats kwamen kregen zij twee telefoonnummers en vonden een gelegenheid om de auto te in de buurt van de plaats te parkeren en zij liepen snel, maar voorzichtig naar de plaats en zij herkende de plek, de struiken en zij liep heel voorzichtig om de struiken heen om vooral niet in de open put te vallen en zij begon de naam van de zij te roepen en zij scheen op de plek met de zaklamp en vond de put en hoorde de zij en scheen in de put en zag haar, vies en blij en vragend om hulp om eruit te komen en zij zag dat zij op een heel brede waterleiding stond en er was plaats en zelfs drie, vier traptreedjes van ijzer en haar man scheen met de lamp en zij daalde af en de zij sprong op haar en zij gaf haar een duwtje en pakte haar en duwde haar naar boven en haar man nam haar en de zij was gered zonder enig schrammetje, bestoft en niet begrijpend en niet geinteresseerd om water te drinken, alleen maar naar huis, naar huis.

Sonia 23.8.2011

Comments