tussen hoop en wanhoop


De toevallige ontmoeting van twee minuutjes met die jongeman raakte mij. Hij is bewaker van de ingang van de universiteit, jong, een Arabier in het land van de Joden, moet ervoor zorgen dat er geen terroristen binnen komen en de bestaande stilte en evenwicht verstoren. Hij moet de bagagebak controleren van de auto waarmee ik het terrein van de universiteit op wilde rijden. Normaal heb ik geen vergunning om met de auto naar binnen te rijden, maar ik had een reden en daarom mocht het voor een keer. In elk geval moet hij volgens de voorschriften elke auto die geen sticker van de universiteit heeft nakijken. "Geloof je daar echt in", vroeg hij, niet gelovend. "Ja", zei ik, "daar geloof ik in". "Het zal niet ophouden als we niet praten", las hij hard op. "Praten helpt?" vroeg hij bijna retorisch en voegde eraan toe dat dat is wat hij probeert te doen met vrienden en zijn vrienden slagen er niet in om met elkaar te praten zelfs over relatief kleine onderwerpen. Ik was het met hem eens dat er soms heel moeilijke situaties kunnen ontstaan, maar ik zei dat je in iets moet geloven en alle kanalen open moet houden. Hij hield dit vast en probeerde het in zich op te nemen, tegen feiten van de realiteit in. Ik zei hem dat je in tijdsperspectief moet kijken naar processen en zei hem 10 tot 15 jaar terug te kijken en te zien hoeveel er veranderd is in die jaren. Hoeveel wegen zijn er geopend sindsdien, hoeveel is er ontwikkeld en met hoeveel landen praten wij nu, zelfs al dachten we voorheen dat dat onmogelijk zou zijn. Ook dit idee accepteerde hij graag en hij herhaalde de zinnen dat de dingen inderdaad anders lijken als je de gebeurtenissen in tijdsperspectief bekijkt. Hij mummelde het nog een keer voor zichzelf alsof om deze wijze van kijken niet te verliezen en omzichzelf een beetje hoop te geven. 
Hij keek mij nauwelijks in de ogen, teleurgesteld en geslagen door het leven. Discussieert met zijn vrienden, wil dat ook zij geloven en wie heeft energie om in praatjes over vrede te geloven als het op het persoonlijke vlak vaak zo ontzettend moeilijk is. Ik wilde hem aanmoedigen, hem helpen, hem iets geven wat zijn moeilijke gevoel verandert. Ik nam iets van zijn verdriet. Ik weet niet of hij voelde dat ik met hem was en voor hem was. Ik vond het fijn dat ik enkele echte momenten met hem kon delen. Enkele intieme momenten waarin twee geesten elkaar ontmoeten, op een niveau waarop men zich normaalgesproken opent wanneer mensen elkaar goed kennen en vertrouwen. Toen ik bij de universiteit kwam om binnen te rijden dacht ik dat ik haast had. Het was mijn bedoeling de bagageruimte van de auto te openen, weer dicht te doen en weg te rijden. Op het moment dat wij in gesprek traden voelde ik dat hier iets belangrijks gebeurde en probeerde ik het moment te vatten, even tot rust te komen en een ogenblikje daar te zijn met die jonge jongen en de wereld even aan de kant te zetten. Ik stond stil en zei wat ik zei, ik luisterde naar hem, antwoordde hem, was met hem, geheel gericht op het gesprek, de inhoud ervan en de achtergrond van de inhoud. Deze momenten waren mij essentieel. Het sloot aan bij een gesprek dat ik met mijn dochter had een uur of twee ervoor. Of ik geloof dat we de Golan terug moeten geven. Ik geloof van wel, maar alleen in het kader van totale vrede met Syrie. Of ik in Assad geloof, ja ik geloof in Assads eerlijke bedoelingen. Mijn dochter gelooft niet in hem, vanwege zijn relaties met het slechtste van het slechte in onze omgeving en zij heeft hierin gelijk. Ondanks dat wil ik geloven dat hij eerlijk is in zijn bedoelingen en aan het einde van ons gespek waren we het erover eens dat praten geen kwaad kan.
Ik weet niet en kan ook niet weten waarbij ons gesprek aan de poort van de universiteit aansloot. Ik weet niet waar die droevenis vandaan kwam, de wanhoop en zijn aarzeling te hopen, optimistisch te zijn. Ik weet niet wat hij met het gesprek deed, of hij er nog over nadacht, of hij het met zich meenam of het hem iets deed. Ik wil heel graag hopen van wel. Maar ik weet het niet en een innerlijke stem zegt mij dat het te weinig was voor iets heel groots en heel ontmoedigends.

Sonia, 27.4.2008 
Comments