eigenwijze benen

Zijn eigenwijze benen bewegen niet zoals die van andere negen jarige jongetjes. Ze staan krom en hij heeft er niet altijd de zeggenschap over waar zij naartoe moeten en hoe zij moeten bewegen. Soms besluiten zij zelf en vaak valt hij dan. Hij laat zich echter niet bepalen en doet datgene wat hij in zijn hoofd heeft: met vriendjes spelen of met zijn zusje, naar school en clubs gaan. Het is niet gemakkelijk. Toen hij in de eerste klas van de grote school kwam, droeg zijn vader hem de school binnen. Vader, een grote sterke man die hem op zijn armen nam, als of hij een veertje was. Hij was het er niet mee eens, wilde net als de anderen zijn. Een kind van zes jaar wordt niet meer gedragen. Zijn vader was bang. De kinderen op school waren zo wild en onberekenbaar. Er werd gerend, geduwd, omver gelopen. Dat mocht zijn zoon niet overkomen. Hij had al genoeg meegemaakt, had al vele operaties gehad waarin hersteld zou moeten worden wat nog voor de geboorte mis is gegaan. Niemand is schuldig, al zou het fijn zijn iemand te kunnen vervloeken. En dan nog, wat had je daaraan? Het leed was geschied. Met welke reden, wat heeft het kind fout gedaan, waarom heeft hij dit verdiend. Waaraan is hij schuldig dat hij zo geboren werd. Geboren met een handicap die hem zijn leven lang zal plagen. Moet een kind niet spelen, met warmte en aandacht omringd worden, alle mogelijkheden toegeschoteld krijgen die je maar kunt bedenken. Een kind moet kunnen spelen, lopen, rennen, fietsen, voetballen, wandelingen maken en nog veel meer spannende en uitdagende activiteiten ondernemen. Samen zijn met broertjes, zusjes, vriendjes. Met zijn allen het leven een sterke vuist laten zien. En welke aannemelijke reden is te geven dat dit kind dat niet zo kan. Dat hij moet leven met beperkingen, een 'nee, dat is niet voor jou' moet horen. Dat hij keer op keer valt, terwijl andere kinderen allang niet meer vallen. Dat hij uitgelachen wordt door andere kinderen. Gevraagd wordt waarom hij zo raar loopt. Plotseling weken uit de klas verdwijnt voor weer een operatie. Wat heeft dit kind gedaan dat dit hem toekomt. Dat hij moet lijden, wanneer een ander kind plezier heeft. Dat hij pijn heeft waar hij het bestaan van zijn benen niet had moeten beseffen, terwijl hij tikkertje speelt. Altijd anders, altijd rekening houden met, nooit hetzelfde zijn als alle anderen. Zijn moeder vindt het moeilijk. Voelt een onberedeneerbare boosheid op hem. Stommerd, kijk toch uit, roept zij als hij valt of tegen de tafel stoot en een kopje omvalt. Zijn zusje doet alles veel vlotter en makkelijker. Maakt geen fouten. Ziet er leuk uit. Mensen zijn vertederd over haar. En moeder trekt veel makkelijker naar haar toe. Heeft meer gemeen met het zusje. Vindt haar makkelijker in de omgang. Kan het niet uitstaan dat hij zo afhankelijk blijft, meer aandacht nodig heeft, oppas nodig heeft. Haar wederom weken uit de routine haalt omdat zij bij hem in het ziekenhuis moet zijn.

Moeder is boos op het lot dat haar trof, boos op hem.

Nadat de school al ruim twee weken het nieuwe jaar in is gegaan, strompelt hij met een looprek en twee benen in het gips het klaslokaal binnen.

Zijn stoel is versierd en de jongetjes van de klas verwelkomen hem met een liedje dat ze hem schreven.

Comments